|
Beste lezer, Niet verder vertellen, maar stiekem ben ik alweer terug van mân journalistieke droomreis langs de oostgrens van de Europese Unie. Zes weken, tien landen â het duizelt nog. Ter plekke schreef ik verslaggeverscolumns die drie keer per week in de krant verschijnen; daar ben ik inmiddels pas in Polen. Van de Poolcirkel in Finland naar de EgeĂŻsche Zee in Griekenland. Wat weet ik als Europeaan eigenlijk van oostelijk Europa, vroeg ik me af in de eerste aflevering. En inderdaad: dag na dag werd ik tijdens de reis verrast. Ik volgde zoân beetje het spoor van MichaĂ«l Zeeman, die in 2003 langs de grens ging voor de krant, en zag een heel ander oosten van Europa: zelfbewust, economisch sterker, nog altijd worstelend met zichzelf en het verleden, maar met hoop op blijvende verandering â vooral bij jonge mensen. De twee meiden van 17 die ik tegenkwam in Boekarest, en me vertelden dat zij de generatie zijn van verandering: kippenvel. Tegelijk is er de oorlogsdreiging. Die is langs vrijwel de hele grens te merken: van bewapende Finnen tot de bewoners van een Roemeens flatgebouw dat geraakt werd door een Russische drone. Pas als je de schade ziet, dat zwartgeblakerde appartement, en âs nachts een drone-alarm krijgt op je telefoon, wordt het werkelijkheid. Wat ik leerde: hoe Europees Europa is. En hoe dichtbij. Vriendelijke groeten, Toine Heijmans (verslaggever)
|